Dissertaties - Rijksuniversiteit Groningen
 
godsgeleerdheid.jpg
English | Nederlands

The other Neng : topography and hagiography of the Sixth Ancestor

(2002) Kuiken, Cornelis Jan

Wie Zen zegt, denkt aan Japan, maar de "uitvinders" van het Zenboeddhisme waren
Chinese monniken. Van Huineng (kortweg: Neng , ovl. 713), de zesde en laatste van
deze "Zenvaders", is een "autobiografie" bekend die ik heb vertaald en bewerkt in mijn
essaybundel Het leven, het lijf, de liefde en de leer (Utrecht 1996). In het klooster Nanhua
aan de Cao-beek bij de stad Shaoguan in Zuid-China wordt een vergulde "mummie " van de Zesde
Zenvader vereerd. In 1990 beschreef Carolijn Visser in Buigend bamboe haar bezoek aan dit
Zen-pelgrimsoord.
Voor mijn proefschrift onderzocht ik deze en andere overleveringen over de Zesde
Zenvader. Er is maar een tijdgenoot die over een ontmoeting met "meditatieleraar Neng"
schrijft: de dichter Song Zhiwen die in 713 in ballingschap in Zuid-China
overleed. Maar Zhiwen bezocht Neng niet aan de Cao-beek maar op de heilige berg Heng
, ruim duizend kilometer naar het noorden. Het gebied rondom Shaoguan en de Caobeek
werd pas in 716 ontsloten. Daarna onstond in Shaoguan een rijk boeddhistisch leven
dat ook bedelmonniken van de berg Heng aantrok. Vermoedelijk hebben zij de verering
van hun "meditatieleraar Neng" meegenomen. Neng wordt in andere heiligenlevens ook
wel de "leraar van de Twee Bergtoppen" genoemd. Een enkele tekst stelt dat hij woonde
op twee plaatsen: op de "Twee Bergtoppen " en bij de "Bron van de Leer " (een
oude naam voor het Nanhua-klooster). De onmiddellijke omgeving van het klooster zelf
is licht glooiend, maar ruim vijftien kilometer stroomafwaarts vond ik toch twee steile
karstrotsen met eeuwenoude grotten ("Lion's Crag ") in het beekdal staan. Grotten
waren in het oude China heilige plaatsen waar kluizenaars graag verbleven. Vermoedelijk
liggen de wortels van de plaatselijke Huineng-verering in Lion's Crag en niet in Nanhua.
Pas omstreeks 765 vermeldt een Japanse bezoeker een beeld van Huineng in Nanhua.
Wanneer Neng na 812 wordt "heilig verklaard", trekt het gerucht dat het beeld een
mummie is duizenden pelgrims naar het klooster. Daarna verdwijnen geleidelijk alle
verwijzingen naar Huineng op andere plaatsen uit de officiele hagiografie. In een Tendai
-klooster in Japan is echter nog een heiligenleven bewaard van voor de canonisatie.
Deze "Betsuden " (letterlijk: alternatieve biografie) geeft veel meer "couleur locale"
dan de zogenaamde autobiografie van Huineng. De eerste Engelse vertaling van de
Betsuden besluit mijn onderzoek naar "de andere Neng".
De topografie en de hagiografie van de Huineng-verering sporen dus niet altijd met
elkaar. Dat het Nanhua-klooster zich als het "enige echte" klooster van de Zesde
Zenvader heeft kunnen ontwikkelen, komt kennelijk door de verering van de "mummie".
Voor alle pelgrimsoorden is de fictie van een praesentia realis (het gevoel dat een
heilige echt aanwezig is op de plaats van de verering) van levensbelang. Hoewel Neng bij
zijn leven te onbeduidend was om te worden gemummificeerd, werd zijn "mummie"
eeuwenlang ieder voorjaar in processie rondgedragen. Dat is dus een heel ander soort
"Zen" dan we doorgaans in het Westen beoefenen. "Zenboeddhisme" is blijkbaar gewoon
Chinees boeddhisme, met alle heiligenvereringen die daar doorgaans bij horen.




file:Thesis - Verbeterde versie (2011)
file:Volledig proefschrift (2002)

Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit document:
http://irs.ub.rug.nl/ppn/23644803X

Meer informatie in de catalogus
Meer informatie in Picarta


[print]Afdrukken op bestelling.




 
To top