| |
|
|
|
|
(2010) Voort van Zyp, Jochem Richard Nicolaas van der
Dit document is (ook) beschikbaar voor ruilverkeer - alleen door bibliotheken -. [Bestelformulier]
Het colorectaal carcinoorn is de derde meest
voorkomende kanker en tevens de derde
oorzaak van kanker gerelateerde mortaliteit in de Verenigde Staten. Rond het zeventigste
levensjaar ontwikkelt tenminste 50% van de
westerse bevolking een colorectale tumor. Dit
kan varieren van een vroeg benigne poliep
tot een invasief adenocarcinoom. Gedurende
de afgeiopen jaren is er veel vooruitgang geboekt
met betrekking tot de behandeling en
prognose van het colorectaal carcinoom. Dit
is met name te danken aan vrrbeteringen in
dr chirurgische technieken en adjuvante behandelingen.
handelingen. Deze vooruitgangen zijn totale
mesorectale excisie, de resectie van lever- en
longmetastasen, verbeteringen in chemoradiatie
en de "drug targetting" therapieen tegen
het colorectaal carcinoom. Ondanks deze
nieuwe ontwikkelingen kunnen postoperatief
losgeraakte tumorcellen in de bloedcirculatie
of in de buikholte nadelige gevolgen
hebben op de overleving van patienten die in
opzet curatief zijn behandeld.
Postoperatief circulerende of losgeraakte
tumorcellen komrn vaak voor bij kankerpatienten.
Bij het merendeel van de patienten
ontstaan geen metastasen op afstand door
vroege apoptose van deze cellen. Daarnaast
is het ook waarschijnlijk dat de irnplantatie
van tumorcellen wordt gereguleerd. Het
mechanisme dat verantwoordelijk is voor de
adhesie van tumorcellen aan extracellulaire
matrix of doelorganen is nog steeds niet
ontrafeld. Tot zeer kort geleden werd adhesie
van gemetastaseerde cellen als een passief
proces beschouwd. Tegenwoordig zijn er
steeds meer aanwijzingen dat tumorcellen
hun eigen adhesie kunnen beinvloeden. De
adhesie van tumorcellen vindt plaats via de
familie van integrine receptoren. Verschillende
intracellulaire en extracellulaire signalen
kunnen de bindingsaffiniteit van de
integrine op de celmembraan moduleren. Alhoe-
wel de vo!ledige signaalcascacie nog niet
duidelijk is, blijkt uit eerdere studies dat de
meeste signalen afkomstig zijn vanuit het
focale adhesie complex. De focale adhesie
signaal riwitten zijn betrokken bij mammacarcinoom,
hoofd/hals maligniteiten en bij
het coloncarcinoom. Deze eiwitten kunnenl
geactiveerd worden door uitwendige druk
op de cel met als gevolg een toename van de
bindingscapaciteit van de Bl-integrine. Het
fosforylering proces van de verschillende focale
adhesie kinasen en focale adhesie geassocieerde
eiwitten is uitgebreid beschreven
bij cellen waarbij adhesie al heeft plaatsgevonden
("outside-in" integrine signalering).
Stimulatie van intracellulaire signalen door
uitwendige druk voorafgaand aan celadhesie
is een mechanisme waarover niet veel bekend
is. Nieuwe studies zijn nodig om de cascade
te doorgronden die verantwoordelijk is voor
B1-integrin expressie wanneer turnorcellen
worden blootgesteld aan uitwendige druk.
Het streven is om in de toekomst bepaalde
eiwitten in de cascade te blokkeren zodat de
kans op adhesie en eventuelemetastasen gereduceerd
kan worden.
Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit
document:
http://irs.ub.rug.nl/ppn/326981071 |
Meer informatie in de catalogus
Meer informatie in Picarta
|
|
| |
| To top
|
| |
© 2003-2007 RUG : De Rijksuniversiteit Groningen heeft de rechten van deze repository. Alle rechten voorbehouden. Powered by WildFire
| |