| |
|
|
|
|
(2001) Kleine, Emile de
Het oor is bedoeld om mee te horen. Geluidstrillingen in de lucht worden opgevangen door de oorschelp en via de gehoorgang, het trommelvlies en de middenoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel) doorgegeven aan het slakkenhuis (de cochlea; zie Fig. 1.1, pag. 12). Doordat de stijgbeugel verend in het ovale venster van het binnenoor is bevestigd, wordt de vloeistof in het binnenoor in beweging gebracht. Deze vloeistofbeweging zorgt er vervolgens voor dat het basilaire membraan gaat trillen (Fig. 1.2). Het trillen van het basilaire membraan is sterk afhankelijk van de toonhoogte van het inkomende geluid: hoge tonen veroorzaken voornamelijk trillingen voor in het slakkenhuis, lage tonen vooral verderop in het slakkenhuis. De haarcellen onderdeel van het orgaan van Corti | die op het basilaire membraan staan, geven dan ter plaatse van de grootste trillingsamplitude van het membraan een stroompje aan de gehoorzenuw. Deze zenuwsignalen worden doorgegeven aan de hersenen; ontvangst aldaar wordt door de eigenaar van het oor ervaren als geluid". ...
Zie: Samenvatting
Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit
document:
http://irs.ub.rug.nl/ppn/331878127 |
Meer informatie in de catalogus
Meer informatie in Picarta
|
|
| |
| To top
|
| |
© 2003-2007 RUG : De Rijksuniversiteit Groningen heeft de rechten van deze repository. Alle rechten voorbehouden. Powered by WildFire
| |