<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
	<rss version='2.0'>
<channel>
<title>Dissertations: Faculty of Arts</title>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/</link>
<description>
Dissertations RUG
</description>
<language>nl_NL</language>
<item>
<title>De klederdracht van hindelopen.</title>
<description>
Hindelopen, waar volgens overlevering eens bij het in zee verdwenen woud van Kreil een jachtslot van de Friese koningen zou hebben gestaan, werd voor het eerst vermeld in twee oorkonden uit het einde van de achtste eeuw, waarbij bezittingen werden overgedragen aan de abdij te Fuldal). Uit de vroege middeleeuwen is van Hindelopen weinig bekend. Men kan vermoeden. dat evenals de Friezen uit het naburige Stavoren en uit andere plaatsen ook Hindelopers de Europese wateren alom bevoeren. Sedert het begin van de veertiende eeuw was de stad aangesloten bij het Hanzeverbond). ...

Zie: Samenvatting.
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/1950/f.s.sixma.van.heemst/</link>
<pubDate>Wed, 17 Mar 10 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Triunfo: de revista ilustrada a revista de las luces. Historia y significado de Triunfo, 1946-1982.</title>
<description>
The subject of this dissertation is the rise and fall of the Spanish magazine Triunfo (1946-1982), which played an essential role in the shaping and ideological development of the cultural and intellectual resistance to the
Franco dictatorships tarting in I962. ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2004/a.van.noortwijk/</link>
<pubDate>Sat, 12 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Why literature? An inquiry into the nature of literary semiosis</title>
<description>
Over de aard van het literaire object, de wetenschappelijke status van de literatuurwetenschap
en de functie van litelatuur en literatuurbeschouwing in de samenleving bestaat nog altijd veel onduidelijkheid. Oorzaak van deze onduidelijkheid is de theorie van tekens en tekengebruik (de semiotiek) die aan de hedendaagse literatuurwetenschap ten grondslag ligt. ...

Zie: Samenvatting.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/163574073</link>
<pubDate>Thu, 25 Feb 10 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>&apos;Een echte Overijsselschman.&apos; Frederik Allard Ebbinge Wubben (1791-1874): burger, bestuurder en historicus in een rurale omgeving</title>
<description>
Klaas Tippe, ‘Een echte Overijsselschman.’ Frederik Allard Ebbinge Wubben (1791-1874): burger, bestuurder en historicus in een rurale omgeving.

Frederik Allard Ebbinge Wubben (1791-1874) was actief op verschillende terreinen: als burger, lid van commissies en genootschappen, burgemeester en gemeentesecretaris van de gemeente Staphorst, waterschapsbestuurder, notaris, liberaal lid van de Provinciale Staten en als historicus. Zijn staat van dienst was voor Thorbecke reden hem als een ‘echte Overijsselschman’ te typeren.
De centrale vraag van deze studie is: hoe stond F.A. Ebbinge Wubben als plattelandsnotabele in de eerste helft van de negentiende eeuw in zijn omgeving? Het begrip omgeving dient zowel letterlijk als figuurlijk genomen worden. Het gaat om Staphorst, de regio en de provincie, maar ook om de netwerken en de organisaties waarin Ebbinge Wubben actief was. Het onderzoek biedt inzicht in het denken over burgerschap en geschiedschrijving en in bestuurlijke transformatieprocessen in de eerste helft van de negentiende eeuw.
Ebbinge Wubben was een plattelandsburger, die zich ontwikkelde tot een vermogend familiehoofd. De verlichte burger en bestuurder was Ebbinge Wubben actief in een bijzondere omgeving. In de gemeente Staphorst begeleidde hij op behendige wijze de overgang van corporatisme naar bestuurlijke centralisatie. In kerk en onderwijs botste hij met orthodox-protestantse inwoners. Door zijn vele functies gaf Ebbinge Wubben mede vorm aan de civil society op het Overijsselse platteland. Hij was een vruchtbare historicus uit de periode voor de verwetenschappelijking toen de geschiedschrijving met name werd beoefend door geïnteresseerde Bildungsbürger. Vanaf 1840 participeerde Ebbinge Wubben binnen het Overijssels liberalisme. Als representant van deze regionale emancipatiebeweging was hij vooral praktisch gericht op economie en infrastructuur.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/32441577X</link>
<pubDate>Thu, 25 Feb 10 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Parse selection with Support Vector Machines</title>
<description>
The goal of our research was to apply SVMs (Support Vector Machines) to the problem of parse selection. More specifically, to the parse trees produced by Alpino, and to compare its performance with the current Alpino disambiguation component, which is based on Maximum Entropy. 
There are two basic problems to be dealt with when applying a machine learning technique to parse selection. The first is how to compare different parse trees to each other. We addressed this problem in the same way that it had been already addressed by Alpino, which allowed us to turn to (structured) trees into vectors in Nn.
The second issue is whether to consider the problem as a classification or as a regression problem. Many view parse selection as a classification problem, in a one-against-all manner, but it is actually a skewed regression problem. While the data modeled takes values in the interval [0,1], the evaluation of success is effectively measured by how well the upper end of the interval (the higher scores) were modeled. That holds as long as the lower scores are actually kept low somehow. Despite the skewness of the evaluation, we believe that parse selection is inherently a regression problem, and have chosen to use SV regression to perform parse selection, instead of the more popular SV classification.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/324099886</link>
<pubDate>Fri, 29 Jan 10 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Dubbele belastingheffing van dividenden</title>
<description>
Mijn uitgangspunt dat bij de bestaande maatschappijvorm, een op vrije mededinging gebaseerde markteconomie, de fiscus een zo neutraal mogelijk standpunt dient in te nemen ten aanzien van de organisatie- en financieringsvormen waarvan de ondernemende burgers zich bedienen leidt tot de volgende conclusies:
1. Na het ontstaan van een inkomstenbelasting voor natuurlijke personen, hetzij in analytische, hetzij in synthetische vorm, in de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, was het onvermijdelijk dat ook de winsten van de naamloze vennootschappen aan een soortgelijke belasting werden onderworpen.
2. De winst van particuliere ondernemers wordt als onderdeel van het totale inkomen getroffen door een progressieve inkomstenbelasting. Deze op het draagkrachtbeginsel gebaseerde wijze van belastingheffing kan niet zinvol op rechtspersonen worden toegepast.
3. De winsten van de naamloze vennootschappen behoren onderworpen te worden aan een (proportionele) heffing, welke als equivalent van de inkomstenbelasting kan gelden. De meest juiste oplossing zou zijn het tarief van de Vpb en het hoogste IB-tarief te doen overeenstemmen. Hierbij wordt gedacht aan een &apos;Europees&apos; tarief van omstreeks 50%. 
4. Als het hoogste IB-tarief belangrijk boven het Vpb-tarief uitgaat, treedt een discriminatie op ten nadele van de particuliere ondernemers, welke de wens tot invoering van een bedrijfsbelasting, geldende voor alle ondernemingen ongeacht de rechtsvorm, een sterke rechtvaardiging verleent.
5. Invoering van een bedrijfsbelasting, te verrekenen met de door de winstgerechtigden verschuldigde belasting, leidt echter tot fiscale spanningen tussen ondernemers en niet-ondernemers als tussen het BB-tarief en de hoogste IB-tarieven een belangrijk verschil bestaat.
6. Sinds de belasting van naamloze vennootschappen een zodanig hoog tarief heeft gekregen dat zij haar aanvankelijk karakter van (matige) aanvullende belasting heeft verloren moet de onbeperkte dubbele belastingheffing over het aan aandeelhouders uitgekeerde deel van de winst als onrechtvaardig worden aangemerkt. Ook in economisch opzicht heeft deze dubbele belasting ongewenste repercussies. 
7. In het bijzonder jegens de besloten vennootschappen moet het bestaande belastingstelsel als onbevredigend worden aangemerkt. Het aanmerkelijk- belangregime dient bij overigens gelijke behandeling van open en besloten n.v. te verdwijnen. 
8. Bij een keuze uit de methoden ter vermijding van dubbele belasting verdient het van oudsher in Engeland toegepaste systeem, waarbij de Vpb fungeert als voorheffing op de IB, zowel op theoretische als op praktische gronden de voorkeur. 
9. Zulk een integratie van de Vpb en de IB lost een groot aantal moeilijkheden op. De onrechtvaardige dubbele belasting, de discriminatie tussen financiering met eigen en vreemd kapitaal, de thans niet oplosbare problemen van de belastingheffing van coöperaties, de moeilijkheden en onbillijkheden van de aanmerkelijk-belangregeling, de strijdvragen omtrent claim en bonus, de herkapitalisatieperikelen en fusieproblemen, de onbevredigende situatie ten aanzien van beleggingsmaatschappijen en de moeilijkheden bij de deelnemingsvrijstelling, om de belangrijkste knelpunten te noemen, zouden bijna zonder slag of stoot kunnen verdwijnen. 
10. De bewindslieden van Financiën hebben voorshands de kans voorbij laten gaan op dit punt tot het gewenste en m.i. bereikbare, rechtvaardige systeem te geraken. 
ll. De voorgestelde matiging van de Vpb ten aanzien van uitgekeerde winsten moet als onvoldoende worden aangemerkt, in het bijzonder met betrekking tot de besloten vennootschappen. Er zouden overigens eenvoudiger methoden denkbaar zijn om het door de bewindslieden voorgestelde resultaat te bereiken, met name vrijstelling van een primair dividend of van een primaire rente over het vermogen.
12. De bewering dat opheffing van de dubbele belasting uitsluitend gecompenseerd zou kunnen worden door een aanzienlijke verhoging van de Vpb over de gereserveerde winst is onjuist. In principe staat de totale opbrengst van alle belastingen ter beschikking om een bestaande onrechtvaardige heffing te corrigeren.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/833570587</link>
<pubDate>Fri, 08 Jan 10 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930</title>
<description>
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie, energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing terechtkomen. De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven aan wetenschappelijke kennis een lenige draai, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/323775942</link>
<pubDate>Wed, 23 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Verdwenen schepen. De kleine houten beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen in de Lage Landen.</title>
<description>
In deze studie worden de verdwenen houten beroepsvaartuigen in de Lage Landen onderzocht. Deze vaartuigen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: vrachtschepen, vissersschepen en kleine beroepsvaartuigen. Deze vaartuigen worden in de catalogus van dit boek beschreven aan de hand van ca. 500 scheepstypen. ...

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2004/g.j.schutten/</link>
<pubDate>Sun, 06 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Institutional Change and Poland&apos;s Economic Performance since the 1970s: incentives and transaction costs</title>
<description>
This final chapter gives an overview of the main conclusions and policy implications of this study on institutional change and Poland&apos;s economic performance since the 1970&apos;s, and an attempt is made to answer the main question of this thesis: To what extent have incentives and transaction costs changed in the Polish economy and influenced economic performance in the period 1970-2000 and how can these changes be explained with the help of New Institutional Economics? ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/266952844</link>
<pubDate>Thu, 03 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Towards ICT-integrated language learning: developing an implementation framework in terms of Pedagogy, Technology and Environment</title>
<description>
ICT biedt veel mogelijkheden om het taalonderwijs didactisch te vernieuwen, maar uit onderzoek komt naar voren dat het innovatief gebruik in de praktijk achterblijft bij de verwachtingen. Deze dissertatie benadert dit verschil tussen potentieel en reëel gebruik als een vraagstuk van implementatie. Verdergaande integratie van ICT in het taalonderwijs vereist een goede afstemming van factoren op het gebied van didactiek, technologie en de institutionele omgeving. De studie beschrijft het gebruik van ICT in het talenonderwijs in de praktijk aan de hand van de uitvoering van onderwijsinnovatieprojecten en aan de hand van een internationale enquête. De ervaringen en enquêteresultaten worden geïnterpreteerd op basis van onderwijs- en onderzoekliteratuur op het gebied van computer-ondersteund taalonderwijs, onderwijstechnologie en toegepaste taalwetenschappen. Vervolgens wordt een uitgebreide analyse gegeven van de geschiktheid van verschillende ICT-toepassingen voor implementatie binnen taakgericht, op het Common European Framework of Reference (CEFR) afgestemd, taalonderwijs. Tenslotte worden richtlijnen gegeven om de slaagkansen voor brede implementatie van didactisch innovatieve toepassingen met ICT binnen de instelling te vergroten. 
Het onderzoek richt zich specifiek op het leren van vreemde/tweede talen binnen het Hoger Onderwijs. De typische uitgangssituatie is een onderwijscontext waarin klassikale instructie en interactie worden gecombineerd met het leren buiten de klas, ondersteund door technologie.  De opties voor het gebruik van technologie en keuzes die docenten in dit verband maken vormen een belangrijk onderdeel van deze studie. ...

Zie: Samenvatting in het Nederlands
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322895596</link>
<pubDate>Fri, 18 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Frauenleben und Frauenliteratur in der Devotio moderna: Volkssprachige Schwesternbücher in literahistorischer Perspektive</title>
<description>
Das Leben und Schreiben des weiblichen Religiosentums in der Devotio moderna stand im Mittelpunkt dieser literahistorischen Arbeit. Dreh- und Angelpunkt des Forschungsprojekts sind die aus den Frauengemeinschaften der spätmittelalterlichen Reformbewegung überlieferten Schwesternbücher des ausgehenden 15. und beginnenden 16. Jahrhunderts.
Zie: Zusammenfassung.
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2004/a.m.bollmann/</link>
<pubDate>Thu, 19 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>De vitae van de angelsaksische heiligen van ely in de twaalfde eeuw: hagiografie in context.</title>
<description>
From the Historia Ecclesiastica by the Venerable Bede (ca. 672-135) it may be derived that in the second half of the seventh century a monastery was founded on the Isle of Ely (Cambs.) by Saint Etheldreda (Athelthryth), daughter of king Anna of East Anglia. Etheldredais the most prominent member of a group of female descendants of this king mentioned by Bede. ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2004/b.a.blokhuis/</link>
<pubDate>Sat, 14 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Apollonios Rhodios und die attische Tragödie: Gattungsüberschreitende Intertextualität in der alexandrinischen Epik</title>
<description>
Het Alexandrijnse epos Argonautika van Apollonius Rhodius (~ 3e eeuw v.Chr.) is het enige volledig overgeleverde epos uit de Hellenistische periode. Het epos gaat over de tocht van de Argonauten onder leiding van Jason naar Colchis om het gulden vlies naar Griekenland te brengen. Dit werk is door een aantal kenmerken (metrum, taal, dialect, &apos;typische scènes, aristie enz.) duidelijk als epos herkenbaar, maar wijkt tegelijkertijd ook opvallend af van de homerische epen, dé voorbeelden voor het genre &apos;epos&apos; in de antieke oudheid. In wetenschappelijk onderzoek werden de Argonautika o.m. aan de ene kant geplaatst binnen de hellenistische poëzie en de poëtologische opvattingen van die tijd en aan de andere kant binnen de literaire en intertekstuele traditie van de homerische epen. Maar ook de intertekstualiteit met teksten uit andere genres draagt bij aan de veranderingen die Apollonios ten opzichte van zijn epische voorbeelden aanbrengt. Een van de genres is de attische tragedie. Tot nu toe ontbreekt er systematisch onderzoek naar de intertekstualiteit tussen het epos Argonautika en deze werken. Dit proefschrift wil hieraan een bijdrage leveren en daardoor inzicht verschaffen in het intertekstuele karakter van de Argonautika, maar ook in Apollonius&apos; poëtische techniek. Bovendien zal de interpretatie van de Argonautika verrijkt worden en een preciezere plaatsing van dit hellenistische epos binnen zijn literaire context mogelijk gemaakt worden.

Zie: Summary.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/245869913</link>
<pubDate>Fri, 06 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Frequency and function in WH question acquisition : a usage-based case study of German L1 acquisition</title>
<description>
Taking a usage-based perspective on language, this study investigates the acquisition of WH questions (questions starting with what or who) for a boy learning German as his first language. It focuses on the influence of frequency and functional aspects on the boy&apos;s acquisition.
The acquisition of WH questions has a along tradition in modern western first language acquisition research. Originally motivated by the idea that the acquisition of questions would provide a particularly good insight into children&apos;s cognitive development, researchers soon also became interested in the acquisition of the particular syntactic features that WH questions possess in many languages. In recent years, with the renewed interest in language as a social phenomenon and means of communication and the emergence of usage-based, cognitive linguistics approaches to language, a line of research has started that focuses on the gradual construction of linguistic knowledge in first language acquisition and the role of children&apos;s ambient speech. The present study is bases on that research tradition. 
Usage-bases linguistics view the acquisition of language as the construction of language from the ambient speech (Tomasello, 2003). Children are believed to be able to detect regularities in the world around them and in the behavior of others and to infer what other people might intend with their actions. With these general learning skills, children can extract patterns of language use from the ambient speech that they observe and experience. The knowledge of these patterns of language use is what children can then apply ot use language themselves. In other words, the conventions of language use that children have observed in the input become their own grammar.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322494079</link>
<pubDate>Mon, 09 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Discourse practices in preschool : young children&apos;s participation in everyday classroom activities</title>
<description>
Dutch preschools intend to increase the learning opportunities for children from 2½ to 4 years of age. This dissertation aims to add to an understanding of what children can learn by participating in everyday preschool activities and interactions and how children are socialized into the routines, procedures and ways of talking in the classroom. In this longitudinal study, 30 children are followed from age 2½ to 4 in their preschool classrooms. During recording days, children wore wear specials jacket with wireless recoding device inside. This way of data collection made it possible to study children’s natural, spontaneous interactions in great detail. Four different activities are studied: pretend play, mundane interactions about early literacy, borrowing a book and closing a crafts assignment.
Microanalyses of the four activities show that they are constituted by specific discourse patterns. By learning to participate in different activities, children thus learn situated discourse practices. When these discourse practices are compared, it shows that children use relatively many complex speech acts in interactions with peers and during pretend play. An explanation for this finding is that the teacher mainly helps children to participate in educational activities, while children in interactions with peers get more opportunities to show initiatives. The importance of preschool classrooms is the combination of different activities, in which development of classroom activities and routines coincide with the development of language use.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322623480</link>
<pubDate>Fri, 04 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Grimmig eerlijk : Anne Wadman en het probleem van de Friese literatuur</title>
<description>
Hoe is het om een beroemde schrijver te zijn in een minderheidstaal? Het leven van Anne Wadman (1919-1997) biedt een antwoord op die vraag. Hij was een sleutelfiguur in een van de belangrijkste bloeiperiodes van de Friese literatuur, de jaren 1945-1963.

Na de oorlog ontstonden er in Friesland twee literaire circuits. In het eerste werd, nog op een vooroorlogse manier, literatuur geschreven waarin het traditionele beeld van de Friese plattelandscultuur voortdurend werd ge(re)produceerd en benadrukt. De boer op zijn land en in zijn dorp was in deze literatuur de hoofdfiguur. Het andere circuit, dat van Wadman, hing
modernere opvattingen aan. Er moest in Friesland een literatuur worden geschreven die qua thematiek en diepgang niet afweek van literatuur elders in Europa. In dit proces speelde Wadman niet alleen als schrijver, maar ook als criticus van (moderne) literatuur een eminente rol. 

Joke Corporaal beschrijft hoe Wadman worstelde met zijn opvattingen over Friese literatuur, hoe zijn vriendschappen één voor één kapot gingen, hoe pessimisme en gevoelens van tekortschieten werden gecompenseerd door een manisch al maar verder schrijven. In 1963 concludeerde Wadman dat hij liever géén schrijver was dan eentje die alleen binnen de Friese verhoudingen de moeite waard was. Toevallig genoeg, precies aan de vooravond van wat zijn grootste succes zou worden – de ‘boerenroman’ De Smearlappen –, stond hij op het punt ermee op te houden. Zo werpt Wadmans ‘mislukking’, meer dan zijn succes, licht op de onmogelijke positie van een schrijver in een tweetalige context.

[Partially under Embargo till 4-03-2012]
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322684668</link>
<pubDate>Thu, 03 Dec 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Antarctic policymaking &amp; science in the Netherlands, Belgium and Germany (1957-1990)</title>
<description>
Today, the Netherlands fully participates in international Antarctic affairs. Dutch scientists participated recently in the fourth International Polar Year (IPY) of 2007/2009 - which ran from March 2007 till March 2009 - and the Dutch Antarctic research programme, which is part of the Netherlands Polar Programme (NPP), reveives government funding on a structural basis. The Netherlands is fully integrated in both the international Antarctic scientific and political communities. The Dutch Academy of Sciences (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, KNAW) is a member of the Scientific Committee on Antarctic Research (SCAR), and the Netherlands is a Consultative Party to the Antarctic Treaty. The present involvement of the Netherlands in Antarctic science and politics is obvious. However, this is a recent development: it is only since 1984 that the Netherlands has been involved in Antarctic research on a structural basis. In 1987, the KNAW became an Associate Member of SCAR and in 1990 it obtained full membership of this committee. On the basis of its Antarctic research programme, the Netherlands has been a Consultative Party to the Antarctic Treaty since 1990.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322511097</link>
<pubDate>Mon, 09 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>The Djief hunters. 260,000 years of lowland rainforest exploitation on the bird&apos;s head of Papua, Indonesia.</title>
<description>
The western half of New Guinea, the Indonesian province of Papua, is a much understudied area in many respects, but in particular in relation to its past. In 1995, as part of the Dutch-Indonesian ISIR project, two cave sites were investigated archaeologically, providing some of the first insights into the prehistory of this part of New Guinea. ....

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/244632359</link>
<pubDate>Thu, 01 May 03 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Meesterwerken met ezelsoren : bewerkingen van literaire klassiekers voor kinderen 1850-1950</title>
<description>
Reynaert de vos, Tijl Uilenspiegel, Robinson Crusoë - wie kent ze niet? Sommige namen uit oude verhalen staan in ons collectieve geheugen gegrift. Maar je kunt je afvragen of we wel allemaal dezelfde Reynaert, dezelfde Tijl, dezelfde Robinson, Gulliver, Münchhausen en Don Quichot kennen. Bijna niemand kent ze namelijk nog uit de oorspronkelijke verhalen, die soms honderden jaren geleden ontstaan of geschreven zijn. De meesten van ons kennen de figuren uit hervertellingen, bewerkingen waarin de oude helden in nieuwe jasjes zijn gestoken. Vaak zijn dat bewerkingen voor kinderen. Deze kinderboekbewerkingen bieden elke nieuwe generatie lezers een nieuwe generatie helden. Helden, die soms net zoveel van hun literaire voorvaderen verschillen als familieleden van elkaar.
 
Het bewerken van verhalen uit de wereldliteratuur is van alle tijden. Steeds opnieuw zijn oeroude scheppingsverhalen, Oudhollandse volksvertellingen, negentiende-eeuwse avonturenromans, geschiedverhalen, Griekse mythen, Bijbelverhalen, sagen, legenden, fabels, sprookjes en ‘klassiekers’ als de Reynaert, Robinson Crusoe en Gulliver’s travels aangepast aan een nieuw publiek in een andere tijd. De bewerkingen zorgen ervoor dat de oorspronkelijke teksten voortleven. En omdat zij steeds opnieuw worden aangepast aan heersende pedagogische, educatieve, maatschappelijke, (jeugd)literaire en zelfs economische opvattingen vormen zij prachtige bronnen van informatie die opvattingen over het kind, opvoeding, onderwijs en literatuur aan het licht kunnen brengen. 

In Meesterwerken met ezelsoren laat Sanne Parlevliet zien hoe bewerkingen van literaire ‘klassiekers’ zich gedurende de periode 1850-1950 in een wankel evenwicht bevonden tussen moralisme en vermaak, het boek als gevaar en het boek als bescherming, massaproductie en literatuur, ethiek en esthetiek.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322567998</link>
<pubDate>Fri, 27 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>&apos;Voor den opbouw van Drenthe&apos;. Vrouwen, maatschappelijk werk en modernisering in Drenthe 1915-1951.</title>
<description>
In dit boek is de modernisering van Drenthe onderzocht relateerd aan de geschiedenis van de Centrale Vereeniging. Ik heb drie vragen proberen te beantwoorden: was de oprichting van de Centrale Vereeniging een ad hoc crisismaatregel of vooral een onderdeel van een moderiseringspolitiek en welke rol speelde het specifieke imago van de provincie bij de pogingen Drenthe te moderniseren/ hoe dachten de initiatiefnemers de beoogde doelstelling van de vereniging te berieken en welke politiek georienteerde keuzes maakten ze daarbij. Waarom werd nu juist voor deze aanpak gekozen? En tot slot: wat betekende de keuze om het maatschappelijk werk bij dit opbouwproces te betrekken en welke bijdragen leverden vrouwen aan de ontwikkeling van het maatschappelijk werk in Drenthe en de Centrale Vereeniging.

Zie: Conclusie
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/238827577</link>
<pubDate>Wed, 28 Oct 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Een lang en slepend Gronings-Drents conflict. Het liquidatieproces van de stadsbezittingen en -rechten van de gemeente Groningen.</title>
<description>
Stadsbezittingen en -rechten zijn een voor Nederland uniek gegeven en komen alleen voor in relatie tot de Stad, later de gemeente Groningen, die deze in circa drie eeuwen wist op te bouwen in de regio buiten de eigen grenzen. De reden waarom de Stad zich op een dergelijke manier manifesteerde was om haar regionale positie te versterken en ervoor te zolgdn dat de handel en speciaal de turfhandel, via haar markten zou lopen. Een belangrijk aspect was bovendien dat de stad Groningen zich vanaf de Middeleeuwen kon ontwikkelen
tot een stadstaat met soevereine rechten over het omringende gebied, vergelijkbaar met steden als Florence, Hamburg en Lübeck. ...

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2003/g.h.hurenkamp/</link>
<pubDate>Thu, 30 Oct 03 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Apuleius Madaurensis: Metamorphoses, Book I, 1-20 : introduction, text, commentary</title>
<description>
Deze studie omvat een commentaar op de eerste twintig capita van Boek 1 van de Metamorphosen van Apuleius van Madaura. Apuleius schreef dit werk, dat ook wel
bekend staat onder de titel De Gouden Ezel, in de tweede helft van de tweede eeuw na Christus. Het betreft een fictioneel werk in Latijns proza, en wel het eerste in zijn
soort dat in zijn totaliteit is overgeleverd, dit in tegenstelling tot een vergelijkbaar werk uit de eerste eeuw na Christus, de Satyrica van Petronius, waarvan we slechts fragmenten en middeleeuwse uittreksels overhebben. ...

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/242340857</link>
<pubDate>Sun, 25 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Il Lazio centromeridionale nelle età del Bronzo e del Ferro</title>
<description>
The aim of this book is to obtain a better understanding of the settlement dynamics in the part of central South Lazio that comprises the Latial Volcano, the Pontine plain and the western slopes of the Monti Lepini and Ausoni.
The periods discussed are the Ancient Bronze Age (BA), the early phases of the Middle Bronze Age (BM1/2), the late phase of the Middle Bronze Age (BM3), the Recent Bronze Age (BR), the early phases of the Final Bronze Age (BF1/2) and the last phase of the Final Bronze Age (BF3, also called Roma-Colli Albani I). The Early Iron Age is divided into four Roma-Colli Albani phases (RMCA IIA, IIB, IIIA, IIIB).

N.B. voor het Afdrukken op bestelling, informeer bij: H.W.A.Krafft@rug.nl
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322326850</link>
<pubDate>Mon, 26 Oct 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>&apos;Ubusing&apos; Culture : Alfred Jarry&apos;s Subversive Poetics in the Almanachs du Père Ubu</title>
<description>
Ongrijpbaar en paradoxaal, zo kun je het werk van Alfred Jarry (1873-1907) nog het beste karaktiseren. Telkens als de lezer denkt te begrijpen waar hij of zijn werk voor staat, wordt deze weer op het verkeerde been gezet. Maar precies die paradox is essentieel voor het schrijven en denken van Jarry. Of het nu ging om conventies in de literatuur en kunst aan de kaak te stellen of om sociale, politieke kwesties onder de loep te nemen, Jarry’s nonconformistische grondhouding was de basis voor zijn literaire teksten en voor zijn betrokkenheid op de wereld. In dit proefschrift wordt betoogd dat dit nergens zo duidelijk naar voren komt als in de Almanachs du Père Ubu (1898, 1901), twee lang onderbelichte werken, maar in velerlei opzichten exemplarisch voor Jarry’s poëtica en levensfilosofie. Jarry debuteerde eind negentiende eeuw temidden van het Decadentisme en het Symbolisme. Hij was een tijdgenoot van schrijvers als Gide, Valéry, Claudel en Proust, maar zijn werk bleek moeilijk te rangschikken onder dat van tijdgenoten of literaire stromingen. Posthuum is Jarry geloofd als voorvader van verschillende twintigste eeuwse schrijvers, kunstenaars en literaire stromingen. Wat in voorgaande studies over Jarry echter vaak onduidelijk is gebleven, is wat zijn werk zo vernieuwend of origineel maakte in zijn tijd. Binnen Jarry’s oeuvre vormen de Almanachs een nog vreemdere eend in de bijt. Ze lijken te ontsnappen aan de destijds regerende opvattingen over literatuur en vertegenwoordigen een breekpunt in Jarry’s oeuvre, waarin hij loskwam van zijn vroege Symbolistiche invloeden en een geheel eigen poëtica schiep. In dit proefschrif worden een aantal wezenlijke aspecten van Jarry’s schrijven en denken gebracht door middel van een tekstuele analyse van de Almanachs, gesitueerd in hun cultuurhistorische context, het Frankrijk van 1900. Deze aanpak laat zien in hoeverre Jarry’s werk examplarisch was voor de veranderingen die zich in deze tijd in de kunst en literatuur aankondigden. De eerste drie hoofdstukken zijn met name gewijd aan de context waarin Jarry schreef, terwijl in de overige hoofdstukken vooral wordt ingaan op de vorm, structuur en thema’s van de Almanachs en, waar nodig, ook gerefereerd wordt naar Jarry’s overige werk. ... 

Zie: Samenvatting.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322230497</link>
<pubDate>Fri, 20 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Case assignment by prepositions in Russian aphasia</title>
<description>
The present project investigated linguistic abilities of fluent and non-fluent aphasic speakers who suffer form a language disorder that usually results from a brain injury to the left hemisphere (e.g., a stroke). The project included a series of experiments to investigate case assigning abilities by prepositions of aphasic speakers of Russian – morphologically rich language which main properties make it particularly interesting for research of case. Narrative speech of non-fluent aphasic speakers was found to be impoverished with respect to prepositions, which was not observed in the speech of fluent aphasic speakers. However, the informal conversational style of the narrative data acquisition could have allowed non-fluent aphasic speakers to avoid using those constructions (such as prepositional phrases) and elements (prepositions) that are problematic for them. Therefore, further both groups of aphasic speakers were examined in experimental settings where they were driven to use prepositions and prepositional phrases. The experiment showed that production of prepositions and complete prepositional phrases was problematic for fluent as well as for non-fluent aphasic speakers. With respect to case marking, it was observed that when both groups of aphasic speakers produced a correct case-assigning preposition they also managed to produce correct case-marking morpheme on its complement noun. Therefore, presence of correct case-assigning prepositions was found to have a positive effect on production of correct case-marking morphemes. Further experiment showed that this was true for all case-assigning prepositions independently of the function they performed in the experimental stimuli or the context in which they occurred.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/322212804</link>
<pubDate>Fri, 13 Nov 09 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>Mythos, Katalog und Prophezeiung: Studien zu den Argonautika des Apollonios Rhodios</title>
<description>
Onderwerp van dit proefschrift zijn de Argonautica van de Hellenistische dichter Apollonius Rhodius (3de eeuw v. C.), het epos over Jason en het Gulden Vlies dat sinds dertig jaar steeds meer aandacht van classici trekt. Op grond van het &apos;open&apos;, bijna postmodem te noemen karakter van deze tekst, dat zich in zijn intense gebruik van lntra- en lntertekstualiteit toont, bestaat er nog steeds veel noodzaak voor grondig onderzoek, met name met betrekking tot literaire eenheid, techniek en plaats binnen de traditie van de Griekse dichtkunst. Dit proefschrift is een bijdrage daartoe. .... Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/240692454</link>
<pubDate>Sat, 10 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Twenthe tussen west, zuid en oost (1336-1500): Variabelenlinguïstisch onderzoek op oorkonden uit de steden Almelo, Enschede, Oldenzaal en Ootmarsum en voorts van ambtman en rentmeester in Twenthe</title>
<description>
Twenthe in de late middeleeuwen. Utrecht, als zetel van de bisschop/landsheer en als meest volkrijke stad van het latere Nederland, was van bijzonder belang voor Twenthe. Beperkte de wereldlijke macht van de bisschop zich tot het Sticht en Oversticht, waarmee gemeenlijk naast het huidige Overijssel ook Drente en de stad Groningen bedoeld worden, tot de diocese Utrecht behoorde bijna het gehele noorden van het latere Nederland. Utrecht was en bleef in de latere middeleeuwen steeds middelpunt der geestelijke belangen van zowel Sticht als Oversticht, maar tevens van Holland, Gelre en Friesland. ....  

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/237861194</link>
<pubDate>Sat, 10 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>&quot;Een voortreffelyke liefhebberye&quot; Het verzamelen van tekeningen door voorname liefhebbers in de republiek en later het koninkrijk der Nederlanden, 1732-1833.</title>
<description>
Within the art historical discipline, interest for the history of collecting only started in the second half of the nineteenth century. In this new field, drawings received very little attention at first. Frits Lugt&apos;s two-volume, Les Marques de Collections de dessins et d&apos;estampes  (1921-56), was an exception. This slow start is primarily because the major print rooms only became interested in drawings at a relatively late stage, especially in comparison with prints.  ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/241419425</link>
<pubDate>Sat, 10 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Een revolutie ontrafeld: Politiek in Friesland 1795-1798</title>
<description>
In The Netherlands the last decades of the 18th century were characterised by grave social and political upheavals. The catastrophic outcome of the Fourth Anglo-Dutch War (1780-1784) did not only bring economic disaster, but it stressed the decline of the oligarchically governed Dutch Republic. 

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/Kuiper, Jaco</link>
<pubDate>Sat, 10 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Beschaafde vooruitgang. De wereld van de Leeuwarder Courant 1752-2002</title>
<description>
The Leeuwarder Courant (LC), founded in 1752, is the oldest newspaper in the Netherlands still published nowadays. This thesis examines its remarkable success. It focuses on the newspaper as a business, the readers and society in general. But it also deals with the representation of reality in the LC. Its content and style, which determine the identity of a newspaper, are examined through a content analysis and by researching the records of the LC. ...

Zie: Summary.
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2002/m.j.broersma/</link>
<pubDate>Thu, 01 Oct 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>The child and the Childlike in Russian Narrative Literature (1850-1935)</title>
<description>
Er zijn in de Russische narratieve literatuur personages die qua leeftijd nog kind zijn, maar die niet op een kinderlijke wijze denken, spreken of handelen. Aan de
andere kant kent diezelfde Russische narratieve literatuur volwassen helden en zelfs vertellers met een uiterst kinderlijke kijk op de werkelijkheid. Het is dus
zinnig om een onderscheid te maken tussen kind en kinderlijkheid.  ...

Zie: Samenvatting.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/212821679</link>
<pubDate>Thu, 24 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Boer en heer. &apos;De Groninger boer&apos; 1760-1960</title>
<description>
the Groninger boer - a rural landowner in the province of Groningen - is a byword in the netherlands. &apos;&apos;To think of Groningen is to think of its rural landowners and the enormous role they play in society,&apos;&apos; wrote the sociologist E.W. Hofstee in his renowned 1937 thesis Het Oldambt. Historian P.C.M. Hoppenbrouwers even described the period 1800-1950 in Groningen&apos;s history as &apos;&apos;the age of the rural landowner&apos;&apos;.  ...

Zie: Summary.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/23896048X</link>
<pubDate>Thu, 17 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Hulpbetoon en afwering. Het Friese Groene Kruis 1901-1980.</title>
<description>
The aim of the cross societies&apos; work is combating adversity which hits individual members and which is principle demands individual remedies. In this dissertation the activities of the societies are called health care arrangements. 
In the early years Frisian cross societies executed six health care arrangements, eighty years later this has grown to eighteen arrangements. For these arrangements there are collective, national and binding government regulations, based on the AWBZ and Dutch National Health legislation. In his Zorg en de Staat (Care and the State) De Swaan describes the process in which private services develop into services ased on government regulation, and he calls these processes collectivisation processes. 
On the basis of a description of the development of cross society activities in Friesland this dissertation answers three questions: 
1. To what extent can we see this development of cross society activities in Friesland as an example of De Swaan&apos;s collectivisation process.
2. Who are the actors in the development of health care arrangements.
3. To what extent is this development in Friesland characteristic for cross society work in other Dutch provinces.

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/227933745</link>
<pubDate>Sun, 06 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Sol : the sun in the art and religions of Rome</title>
<description>
De heersende denkbeelden over de Romeinse zonnegod behoeven herziening. Dat betoogt promovendus Steven Hijmans, die onderzoek deed naar deze zonnegod, Sol. In de afgelopen twee decennia zijn de opvattingen over de Romeinse zonnegod Sol sterk veranderd. Het negentiende-eeuwse idee dat het vereren van de zon onromeins was, heeft afgedaan. De zonnecultus is juist geworteld in de vroegste Romeinse tradities en is doorlopend in Rome aanwezig geweest. Schriftelijke bronnen hiervoor zijn schaars, maar materiële bronnen zijn ruim voorhanden. Deze zijn met name waardevol omdat in het sterk visueel georiënteerde Romeinse rijk de materiële cultuur een belangrijke communicatieve taak had.

Het is echter niet eenvoudig de betekenis van deze bronnen te ontsluiten. In de Romeinse beeldtaal bijvoorbeeld hebben veel voorstellingen betekenissen die niet vanzelf spreken. In het geval van Sol blijkt dat gangbare voorstellingstypes veelal niet duidden op Sol of &quot;zon&quot;, maar eerder een aura van kosmische stabiliteit aan een voorstelling gaven. Ook konden deze types verbanden leggen met de rijksideologie van een stabiele Romeinse wereldorde. Het is ondoenlijk om in één studie een diepgaande analyse te geven van alle Sol-gerelateerde voorstellingsgroepen. Na een historische en methodologische inleiding en een catalogus en algemene bespreking van Sol-voorstellingen, past Hijmans de in zijn proefschrift bepleite analytische principes daarom in slechts enkele deelstudies diepgaander toe. Zo stelt Hijmans onder meer vast: dat de stralenkrans van de Romeinse keizers geen zonnesymbool was, maar een met Augustus en Actium verbonden erekrans; dat het leitmotiv van Horatius&apos; Carmen Saeculare de door Sol en Luna verbeelde aeternitas-gedachte is; dat Sol in een beroemd mozaïek in de Vaticaanse necropolis ten onrechte geduid wordt als Christus; en dat de rol van de zonnecultus in het ontstaan van het kerstfeest verwaarloosbaar is.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/321539664</link>
<pubDate>Thu, 03 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Structural characterization of the central repetitive domain of high molecular weight wheat gluten proteins.</title>
<description>
Wheat gluten proteins enable dough to be expanded, by yeast fermentation. This special property comes from the microscopically fine network consisting of proteins, that is being formed during the kneading of dough. lt result in a substance that is viscous and elastic at the same time. In physical terms this combination of two properties is called viscoelasticity. The proteins that make the strongest contribution to the viscoelasticity are also the largest proteins occurring in wheat. They are called high molecular weight proteins, or HMW proteins in short. Although many studies have been performed, a thorough understanding of the spatial structure of these proteins is lacking. A better insight in the structure of HMW proteins could add to a better understanding of the viscoelastic properties of dough.

zie: summary.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/217403514</link>
<pubDate>Thu, 03 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>A public firm on a market for tradable emission permits. A case study for the Netherlands</title>
<description>
Een systeem van verhandelbare emissierechten is een effectief en efficiënt instrument om milieubeleid vorm te geven, mits de emissierechtenmarkt goed functioneert en de handhaving adequaat wordt uitgevoerd. Een van de voorwaarden voor een goede marktwerking is dat de deelnemende bedrijven proberen hun kosten zo laagmogelijk te houden. Particuliere bedrijven die maximaler winst proberen te behalen en opereren op markten met voldoende concurrentie voldoen aan deze voorwaarde. Zie: Samenvatting.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/22941138X</link>
<pubDate>Mon, 31 Aug 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>De gong en de rookberg : intrigerende materie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink</title>
<description>
H.H. ter Balkt (born 1938) and Jacques Hamelink (born 1939) both have reputations, in literary circles, for writing poetry that is fascinating but quite complex. This perceived difficulty stems at least partially from the inclusion of numerous references to literary and historiographical texts, as well as nods to the fields of painting and archaeology - these ranging from the familiar to the obscure.
Further, while both poets tend to use traditional typefaces and layouts for their work, signalling an apparent adherence to traditional forms, the poems themselves follow no traditional structure: the logical link between sentences is generally unclear, rhyme is as often used as discarded, and line-breaks range from the deliberate and measured to the seemingly haphazard.
The purpose of this book is to answer the question how a reader has to position himself in relation to this kind of poetry to be able to interpret it. The focus in the first half of the book is on the references to specific sources, the main question being to what extent tracing these citations serves as a useful key to the interpretation. The second half of this book works to disentangle the formal structure of the poems, with a special focus on aspects such as sound and enjambment, the use of blank space, parallelism and antithesis on the levels of content and syntax, and narrative or rhetorical organization.The 2003 version of Ter Balkt&apos;s collection Laaglandse hymnen 1 (Hymns of the Lowlands I) is analyzed first, followed by Hamelink&apos;s Zilverzonnige en onneembare maan (Silver Sunned and Unconquerable Moon, 2001).
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/321328825</link>
<pubDate>Mon, 31 Aug 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Managing rational pharmacotherapy in hospitals: What about drug formularies and pharmacotherapeutic guidelines?</title>
<description>
In dit proefschrift wordt onderzoek naar de sturing van rationeel voorschrijven van geneesmiddelen in ziekenhuizen beschreven. De sturing gebeurt met behulp van ziekenhuisformularia en farmacotherapeutische behandelingsrichtlijnen. Ziekenhuisformularia zijn naslagwerken in zakformaat waarin alle geneesmiddelen staan vermeld die een medisch specialist bij voorkeur zou moeten voorschrijven. Per geneesmiddel wordt aanvullende informatie vermeld zoals de dosering, de toedieningsvorm, en bijwerkingen.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/216569427</link>
<pubDate>Tue, 25 Aug 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>&quot;Grafouses&quot; Hell¯enides ton dekato enato-arches tou eikostou ai¯ona 4000 &quot;@ÿÇGrafouses&quot; Ell¯enides ton dekato enato-arches tou eikostou ai¯ona: ¯e peript¯os¯e t¯es Eugenias Z¯ografou (1878-1963) : mia symbol¯e st¯en istoría t¯es neoell¯eni</title>
<description>
Tot voor enkele decennia waren de geschiedenis van Griekse vrouwen en dat wat zij eventueel tot stand gebracht hebben volledig in het duister gehuld. Een stereotiep hisorisch oordeel had eeuwenlang tot gevolg dat alles met betrekking tot vrouwen in vergetelheid geraakte. Het weinige dat aan de vergetelheid ontsnapte werd herhaaldelijk voorwerp van sagen vorming of spot. Vrouwen werden alleen vermeld wanneer hun inspanningen in dienst stonden of gestaan hadden van de belangen van anderen. Zij die
gedacht hadden zich onaftrankelijk op te stellen werden doodgezwegen....

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/227725158</link>
<pubDate>Sat, 01 Jan 00 00:00:00 +0100</pubDate>
</item>
<item>
<title>De verbeelding van de kerk. Op zoek naar nieuw-missionaire ecclesiologie.</title>
<description>
This study was started out of a double concern: the bending in the Netherlands of missionary initiatives into the direction of inner-church community-development
on the one hand, and a hesitation within newer missionary initiatives to formulate explicitly the founding of community as a goal and to interpret this ecclesiologically on the other hand. ...

Zie: Summary.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/227577337</link>
<pubDate>Mon, 24 Aug 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Turkish agrammatic aphasia: word order, time reference and case</title>
<description>
Aphasia is a language disorder caused by brain damage. Damage to the left frontal regions of the brain may result in grammatical disorders. The aphasic speaker with such a disorder is no longer able to understand complex grammatical constructions like ‘the boy is chased by the girl’. He speaks in short and simple sentences in which mainly nouns, verbs and adjectives are used: small words are left out. This symptom complex is called ‘Broca&apos;s aphasia’ or ‘agrammatism’. This is the first dissertation that focuses on agrammatism in Turkish. Several experiments have been conducted to find out the nature of the underlying deficit in Turkish agrammatic aphasia.

In Turkish, unlike Dutch, word order is free and case is decisive in determining who does what to whom. Furthermore, in Turkish, verb inflection can be used to refer to the past (ben etek ütüledim, ‘I have ironed the skirt’) and future (ben etek ütüleyeceğim, ‘I will iron the skirt’). The findings show that although word order is relatively free, agrammatic speakers prefer producing sentences with subject–object–verb order. Sentences with this order are also easiest to understand, but only when simple case marking is used. Finally, reference to the past with verbs is selectively impaired for Turkish agrammatic speakers, just as it is for Dutch speakers.
Although Turkish and Dutch are structurally very different languages, the same problems arise: word order and reference to the past are difficult. Case is relatively unaffected, but it does not always help the agrammatic speaker to understand sentences.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/321517059</link>
<pubDate>Fri, 18 Sep 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Een wereld vol verhalen : ontwikkeling van verhaalstructuur bij 9- tot 13-jarige eerste- en tweedetaalsprekers van het Nederlands</title>
<description>
Een wereld van verhalen beschrijft hoe kinderen van verschillende leeftijden en met verschillende etnolinguistische en sociale achtergronden verhalen vertellen. Daarbij ligt de nadruk op de wijze waarop de kinderen navertellingen van een strip en persoonlijke verhalen structureren. De studie is voornamelijk kwalitatief van aard maar er worden ook kwantitatieve vergelijkingen gemaakt tussen de onderscheiden groepen
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/190139072</link>
<pubDate>Mon, 10 Aug 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Kneedbaar landschap, kneedbaar volk. De heroïsche jaren van de ruilverkavelingen in Nederland</title>
<description>
It can be argued that the productive use of the agricultural landscape acquired a planned and technological character by means of a conscious government policy based on the idea of a society that could be constructed. Both literally and figuratively, it served as the basis for the advancement of Dutch society. This book deals in depth with the way in which these radical physical and social changes took place, the political constellations and the economic conditions that governed them, the actors, resources and social forces that played a role, and the spatial, scenic and social consequences that followed. ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/202780406</link>
<pubDate>Wed, 01 Jul 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>&apos;Dese bekommerlijke tijden&apos; : armenzorg, armen en armoede in de stad Groningen 1594-1795</title>
<description>
Nu de Nederlandse economie krimpt, neemt de werkgelegenheid vooral in het zuiden en westen af. Ook in de zeventiende eeuw had Groningen minder te lijden onder economische tegenspoed dan andere delen van het land. Dat blijkt uit onderzoek van RUG-promovendus Albert Buursma. Wel herbergde Groningen als garnizoensstad in tijden van vrede grote aantallen werkloze soldaten. Uitkeringsfraude kwam in de zeventiende en achttiende eeuw weinig voor – het waren vooral de verstrekkers van uitkeringen die sjoemelden.

Met zijn promotieonderzoek vult Albert Buursma een leemte in de geschiedschrijving van de stad Groningen. Uit zijn onderzoek komt een beeld naar voren van een stad met een uitgebreid netwerk aan instellingen voor armenzorg. Zo waren er onder meer gasthuizen, armenhuizen, werkhuizen, weeshuizen, dolhuizen voor krankzinnigen, beterhuizen voor asocialen en tuchthuizen voor armen en criminelen. Als eerste stad in Nederland bood Groningen, op initiatief van medicus Petrus Camper, in 1763 medische zorg aan armen. Zo kreeg de onderste laag van de bevolking elementaire medische verzorging en konden studenten praktijkervaring opdoen.
Kerk en stad

Veel van de armenzorg werd georganiseerd vanuit de ‘gereformeerde’ (protestantse) kerk – de staatskerk van de Republiek. In de loop van de zeventiende eeuw gingen echter ook andere denominaties armenzorg aanbieden. Wie in de Waalse god geloofde, kreeg een aanzienlijk hogere uitkering dan wie de lutherse, katholieke of gereformeerde god aanbad. Maar de invloed van de kerk nam af. Had de magistraat voor 1594 al het toezicht op een groot deel van de zorginstellingen, in de eeuw daarna streefde hij naar het oppertoezicht over alle gasthuizen. Kwam de kerk geld tekort, dan sprong het stadsbestuur bij. Naar het eind van de achttiende eeuw toe was de gereformeerde diaconie steeds vaker krap bij kas, en nam de rol van de gemeente verder toe.
Ouders van spijbelaars

De armenzorg werd per wijk geregeld. In elke wijk (“kluft”) hielden twee diakenen toezicht op de armen, en kenden uitkeringen in geld en brood toe. In het begin van de zeventiende eeuw werden ook boter, kleding, schoeisel en turf uitgedeeld. Maar vanaf 1681 aten de armen weer droog brood – de diaconie kon zich geen beleg meer veroorloven. Ook voor straf werd er wel “bezuinigd”. Buursma: “De diakenen kenden hun pappenheimers. Wie zich niet gedroeg zoals het hoorde, werd gekort op zijn uitkering.” Verkwisting, foute huwelijksmoraal, ‘ergerlijk leven’ en ‘quaat gedrag’ werden bestraft. In de achttiende eeuw, toen het belang van onderwijs toenam, werden ook ouders van kinderen die spijbelden van school gekort op hun uitkering.
Minder conjunctuurgevoelig

Oorlog en vrede hadden grote invloed op de armenzorg. Als garnizoensstad herbergde Groningen in vredestijd grote aantallen werkloze soldaten; in oorlogstijd bleven hun vrouwen en kinderen berooid achter. Toch maakten er relatief weinig mensen gebruik van de armenzorg: rond 1700 maar zo’n zeven tot tien procent van de bevolking; in andere steden kon dat oplopen tot twintig procent. Een harde verklaring heeft Buursma niet. “Er was niet veel nijverheid in Groningen, zoals in een vergelijkbare stad als Leiden. Groningen was meer op landbouw georiënteerd, en daardoor misschien minder conjunctuurgevoelig.”
Sjoemelen en feesten

Door de sterke sociale controle was frauderen met uitkeringen bijna onmogelijk. Wie bijvoorbeeld inkomsten uit werk verzweeg, liep al snel tegen de lamp wanneer een diaken met de buurman of een familielid sprak. Buursma: “Het is een gewaagde stelling, maar misschien fraudeerden degenen die de uitkeringen verstrekten nog het meest.” In zijn onderzoek stuitte hij onder meer op verhalen over bakkers die te weinig meel in het brood voor de armen stopten, beheerders van weeshuizen die feestjes bouwden met de pannenkoeken en het spek waarmee ze weeskinderen hadden zullen voeden, en een kistenmaker die zulk slecht hout voor een lijkkist voor de diaconie gebruikte, dat het lijk er bij het dragen doorheen zakte.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/320592286</link>
<pubDate>Thu, 02 Jul 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>L. Annaeus Seneca Troades. Introduction, text, commentary and dutch translation</title>
<description>
Seneca heeft in zijn Troades (&apos;Trojaanse vrouwen&apos;) twee gegevens gecombineerd, die door andere treurspeldichters in afzonderlijke stukken waren behandeld: de dood van Polyxena en die van Astyanax. Eerst nadat zij geofferd zijn, kan de Griekse vloot de terugreis uit het na lange strijd ingenomen Troje aanvaarden. ...

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/2000/a.j.keulen/</link>
<pubDate>Sun, 28 Jun 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Burgers in de bijstand. Werklozen en de ontwikkeling van de sociale zekerheid in Leeuwarden van 1880 tot 1930.</title>
<description>
In much historical research it is assumed that the poor had a distinctly deviant way of life, and that therefore boards of guardians acted in a disciplinary way by offering relief only if the poor reformed and adopted middleclass values. The two issues discussed in this book derive from this idea. ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/202107434</link>
<pubDate>Sun, 28 Jun 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Confession et perversion; une exploration psychanalytique du discours pervers dans la littérature francaise moderne</title>
<description>
Aanleiding voor dit proefschrift was het gegeven dat zowel door psychoanalytici als literatuurwetenschappers gesuggereerd wordt dat er een nauwe relatie tussen literatuur en perversie bestaat. Zo verwijzen de analytic dikwijls naar literaire bronnen om hun theorieën over perversie te staven. En omgekeerd hebben verschillende toonaangevende literatuurwetenschappers het literaire schrijven als een uiting van perversie gedefinieerd, omdat schrijvers er een pervers
genoegen in scheppen de dagelijkse omgangstaal te &apos;verdraaien&apos; en te manipuleren. Het doel van het onderzoeksproject was om duidelijkheid te verkrijgen over deze gepostuleerde verwantschap tussen literatuur en perversie. Is het literair taalgebruik daadwerkelijk een vorm van &apos;taalfetisjisme&apos; zoals sommigen hebben beweerd? ...

Zie: Samenvatting
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/203407113</link>
<pubDate>Tue, 23 Jun 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>Tussen salon en souterrain. Gouvernantes in Nederland 1800-1940.</title>
<description>
In Tussen salon en souterrain (Between Upstairs and Downstairs) the presence of governesses in the Netherlands between 1800 and 1940 is discussed for the first time at greath length. Reliable sources for the story of this &apos;teacher in the margin&apos; are not readily available and are often of a patchy nature. 
Nevertheless, the existence of the governess in Amsterdam canal houses, country seats on the River Vecht, castles of the provinces of Overijssel and Gelderland, Frision estates and residence in The Hague was noticed, described and narrated in confined levels of society. As a result, governesses are still remembered in the Netherlands to this day. The stories of these women allow us to look at all those past governesses, who remained anonymous, with different eyes. 

Zie: Summary.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/190525592</link>
<pubDate>Mon, 15 Jun 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>De tijl toen, J. J. P. Oud nu : de bijdrage van architect J.J.P. Oud aan herdenken, herstellen en bouwen in Nederland (1938-1963) </title>
<description>
The contribution of J.J.P. Oud to commemoration,
reconstruction and architecture in the Netherlands (1938-1963). Up to now, historiography of twentieth century
architecture has paid almost no atention to the late work
of Dutch architect J.J.P. Oud (1890-1963). If these
projects, which were designed after Oud left the Gemeentelijke Woningdienst (the Municipal Housing
Department)of Rotterdam in 1933, are mentioned at
all, it is usually unfavorablay and concerning only one
particular building. ...

Zie: Summary
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/204490782</link>
<pubDate>Sat, 13 Jun 09 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>
<item>
<title>North Sea artists&apos; colonies, 1880-1920 : their development and rôle in marketing modernism : with particular reference to the coast of Denmark, Germany and the Netherlands</title>
<description>
The body of material offered by this study-region provides the best fully-representative data yet to explain the increasing waves of interest late-nineteenth century artists had in forming avant-garde rural groups and why moving to the sandy coast was one of the most advantageous career options. There are ample grounds to justify the assumption that many pragmatic considerations sustained their enthusiasm once the initial ideological choice had been made to engage closer with the countryside.   

This research focusses on the all-important pioneering stages of artists’ colonies. This region offers excellent examples of contrasting national art histories, differing socio-political systems and economic dynamics, which combined successfully to influence the rise of Modernism, yet all set in one relatively homogeneous geographical environment. This study asserts that even though some villages were more remote than others, rural artists’ colonies, at their best, were an integral part of the international rise of Modern Art. 

Innovative technology influenced the timing of these experimental, cooperative ventures, particularly because of transport improvements; the invention of paint tubes and improved equipment; the challenges of lithography and photography; and new, commercial print-publishing. Financial matters affected all parts of the profession, which witnessed a huge swing from the monopolistic Academy-Salon System to that of new international Art Market, or Dealer-Critic System. Artists’ colonies integrated these marketing lessons and, assisted by fashionable outlets, further pooled their resources and working knowledge. These forums were new social formations, where mutual benefits were gained irrespective of status, provenance, religion, nationality, gender, age or even artistic style, factors that separate these groups from brotherhoods or traditional hierachical studios systems. They required a settled core-group of founders and sympathetic hosts, who all recognised the potential and adapted to changing circumstances in creative ways. Chief among the village contributors, for many practical reasons, were the innkeepers, together with their families. Artists’ hotels grew as important social centres and clubs and were often the first places that the art work was shown, encouraging vital peer-group criticism, support and affirmation.   

No two colonies were the same yet, in Skagen (DK), Worpswede (D), Domburg, Laren and Volendam (NL), amongst others, artists found fellowship 
and the time to explore common interests, at least for a while.
</description>
<link>http://irs.ub.rug.nl/ppn/321167732</link>
<pubDate>Thu, 18 Sep 08 00:00:00 +0200</pubDate>
</item>

</channel>
</rss>